|
|
|
|
|
Interview met Erik Pevernagie |
|
Interview Erik Pevernagie
Artventure: Waar plaatst u zich in het artistieke landschap?
Erik Pevernagie: Ik zie me ingebed bij de”phenomenologisten”.
Artventure: Wat zou dat betekenen?
Erik Pevernagie: Ik schilder dingen zoals ik ze elke dag zie. De manier waarop ze in mijn geheugen zijn ingeprent. Hoe ze in het arsenaal van mijn verbeelding zijn opgeslagen. Hoe ik ze in hun milieu ervaar. Ik laat de dingen op mij afkomen en zie hoe ze evolueren. Alles "mit Gelassenheit" zou Heidegger zeggen.
Artventure: Worden die ervaringen realistisch afgeschilderd?
Erik Pevernagie: Alle ervaringen worden ingeleid in een lineair, geometrisch avontuur. Soms wordt de werkelijkheid vervormd zodanig dat interpretatie nodig is. De participatie van de toeschouwer ligt dan wel voor de hand.
Artventure: Uw schildertaal is geen " Spielerei".
Erik Pevernagie: Ik verwijs naar gebeurtenissen en problemen waarmee de mensen begaan zijn. Elementen uit ons gemeenschappelijk mentaal erfgoed worden in het daglicht gesteld. Flitsen uit ons collectief geheugen worden geprojecteerd. Kunst zie ik als een sociale activiteit.
Artventure: De kunstenaar leeft dus niet alleen op een eiland?
Erik Pevernagie: De tijd van de "artistes maudits" behoort tot het verleden. Nu en dan komen ze nog te voorschijn. Ze lijken een eigen leven van isolatie te leiden. Maar tegenwoordig is de kunst niet het product van onbegrepen en onerkende prototypen. Meestal is de kunstenaar geen wereldvreemd schepsel. Hij voelt zich goed in zijn vel en staat met zijn twee voeten op de grond. Hij verlegt grenzen, bouwt bruggen tussen verscheidene disciplines, geeft interpretaties over feiten en gebeurtenissen, geeft vaak praktische suggesties aan beleidsmensen.
Artventure: Als wij uw werk bekijken, kunnen wij dan zeggen dat het een verborgen agenda heeft?
Erik Pevernagie: Een kunstwerk is een link, schept verbindingen. Het bewerkstelligt sociale interactie. Het creëert emotie. Dit woord wordt wellicht te recht en ten onrechte gebruikt, wanneer het over kunst gaat. Maar voor mij blijft het niettemin een sleutelwoord. Bovendien heeft de kunst de bevoegdheid om het intellect en de verbeelding te bevorderen. Indien u met verborgen agenda een andere dimensie bedoelt dan zou ik zeggen: zonder twijfel.
Artventure: Een andere dimensie?
Erik Pevernagie: Ik ga uit van echte elementen uit het dagelijkse leven of van eenvoudige "faits-divers". Deze worden picturaal vertaald, in een specifieke context geplaatst en ontvangen een dubbelzinnige inhoud. Ik ga dus niet op een éénzinnige manier te werk. De werkelijkheid is een uitgangspunt, niet een doel. Ze wordt omgevormd tot een puzzel die een „hinterland“ van interpretaties verbergt.
Artventure: Sol Lewitt zou gezegd hebben dat in een kunstwerk de idee essentiëler is dan de uitvoering ervan. Zou de schoonheid van een prachtig vervaardigd kunstproduct op zich zelf niet haalbaar zijn?
Erik Pevernagie: Hoewel ik niet minimalistisch ben kan ik het standpunt van Lewitt zaliger begrijpen. Een kunstwerk moet de kracht hebben de toeschouwer te bewegen, wakker te schudden, in zijn rust te storen. Het moet door een idee voort gestuwd worden. Maar de idee moet door een artistieke structuur worden gedragen. Het is in het bijzonder deze structuur die ik vaak in de kunstscène mis. Het geeft me soms een controversieel gevoel wanneer ik bepaalde kunstpiraten ontmoet, die gewaagde acties ondernemen uit exhibitionisme. Maar hoe dan ook, als artistiek waarnemer, breng ik ze onder in de rubriek „spektakel".
Artventure: Wat denkt u over regels en wetten in de kunst? Worden niet vele mensen hopeloos verward wanneer zij met artefacten kennis maken?
Erik Pevernagie: Wij moeten er ons van bewust zijn dat de oude sociale en culturele hiërarchieën zijn afgebrokkeld. Regels en wetten veranderen. Sommige worden afgeschaft en nieuwe worden aangenomen. Alle onderwerpen en alle objecten zijn op een gelijkwaardig niveau komen te staan. We stellen vast dat de grenzen tussen kunst en niet-kunst meer en meer lijken te verdwijnen.
Artventure: En dat is het punt waar vele kunstwaarnemers het noorden lijken te verliezen
Erik Pevernagie: Ja. Ze zijn vaak de kluts kwijt:“Lost in Translation“. Weet je wel. Zij zijn zich niet bewust van de radicale grensoverschrijdingen van de niet-kunst (non-art) in de kunstwereld. Zij beseffen het niet of willen het gewoonweg niet aanvaarden. Ze doen maar wat, om het even wat.
Artventure: Wij hebben die grensoverschrijdingen al in het verleden gezien. Dat is geen nieuw scenario.
Erik Pevernagie: Neen, inderdaad niet. Wij kenden al de bekende ready-mades van Duchamp met zijn Urinoir in 1917 en later in de jaren '60 Manzoni met Merda d'artista, Beuys, Broodthaers met zijn mosselkommen, Warhol met zijn Brillo- dozen. "Cultureel terrorisme" noemden sommige critici dat.
Artventure: Ziet u enig verschil tussen Duchamp en Warhol. Of is het slechts copy-paste?
Erik Pevernagie: Duchamp nam een echt urinoir uit de reële wereld en introduceerde het in de kunstwereld. Hij maakte geen replica. Warhol maakte nieuwe dozen die identiek waren aan de Brillo-dozen die in de winkel stonden. Zij werden gemaakt uit hout, terwijl de echte van karton waren.
Artventure: Wat wilden zij daarmee bewijzen?
Erik Pevernagie: In de eerste plaats wilde Duchamp de bourgeois kunst uitdagen. Zij wilden ons de kunst in vraag laten stellen. Wat kunst is en wat voor kunst kan doorgaan. Zij vonden dat er moest worden afgezien van de traditionele concepties. Namelijk, hoe kunst er moet uitzien en waarvan kunst moet worden gemaakt. Kunst moet worden gezien als een proces, meer dan als een materiële aangelegenheid. De cognitieve waarde moet worden beklemtoond meer dan het esthetische.
Artventure: We hebben dus een frontale oorlog tussen Kunst en Werkelijkheid: de reële wereld die de kunstwereld wil veroveren?
Erik Pevernagie: Kunstfilosoof Danto heeft al vaak gewezen op de afbraak van de barrières tussen kunst en reële wereld. Hij zei zelfs dat de dingen latente kunstwerken zijn, die erop wachten om, zoals brood en wijn uit het dagelijkse leven, in vlees en bloed van het sacrament te worden omgezet. De fundamentele en filosofische vraag wordt gesteld: waarom is van twee identieke voorwerpen één een kunstwerk en het andere een gewoon voorwerp. Waarom is het urinoir van Marcel Duchamp of een stapel vuil, tentoongesteld door Robert Morris, een kunstwerk, terwijl veel toiletvoorwerpen en stapels vuil geen kunst zijn?
Artventure: Zodra het probleem wordt gesteld, is de vraag, wat is de volgende stap wanneer wij met een voorwerp worden geconfronteerd, kunst of geen kunst?
Erik Pevernagie: Voor post-modernistische filosofen kan het oog niet beslissen of wij voor een voorwerp uit het dagelijkse leven staan of voor een kunstvoorwerp. De kunstenaar moet een voorwerp uit het dagelijkse leven in kunst omzetten door het een betekenis te geven en het voor te stellen als kunstvoorwerp. De rol van een kunstenaar is de rol van een denker meer dan een maker van objecten. Het kunstvoorwerp moet gedenaturaliseerd worden. Voor Danto is het de rol van de artistieke theorieën om de kunstwereld en de kunst mogelijk te maken.
Artventure: Staat de kunstwaarnemer daar dan als een onbeholpen sukkelaar?
Erik Pevernagie: Kunstfilosofen zeggen ons dat de kunstwaarnemer iets anders nodig heeft dan ogen. Zoals ik al gezegd heb kan een kunstwerk worden gewaardeerd voor wat het betekent en niet alleen voor hoe het er uitziet. Visuele kwaliteiten zijn niet voldoende. Vaardigheid bij het uitbeelden is niet genoeg. Kunst moet ook inhoud scheppen en doen nadenken. Baudrillard zegt dat hij van hedendaagse kunst houdt voor wat het betekent. Volgens Danto en zijn meester Hegel is kunst een manier om greep te krijgen op onszelf en te weten te komen waar we staan als cultuur. Danto is op zoek naar filosofische betekenissen in schilderijen, zoals kinderen in een "Waar is Waldo?"boek zoeken naar Waldo. Kunst is belichaamde filosofie. Maar wat mij betreft zijn de omtrekken en de uitwerking van die belichaming belangrijk. Visuele kwaliteiten zijn essentieel.
Artventure: Er wordt ons verteld dat wij in een "posthistorische kunsttijdperk" leven. Zouden wij moeten zeggen:„de kunst is geschiedenis"? Zijn wij aan het "eind van kunst"gekomen?
Erik Pevernagie: Mijn vriend, Michael Glover, zegt gewoonlijk: "Wij zijn geschiedenis", wanneer een feestje voorbij is. Na de representatieve kunst of mimesis, het modernisme en het abstracte expressionisme (Greenberg), leek POMO of postmodernisme ons de indruk te geven dat de kunst aan het eind van haar Latijn was. "Voor wie de klok luidt". We zien dat het posthistorische kunsttijdperk, de periode van " the end of art" (het eind van kunst ) op de kunstscène komt. Aangezien de kunst perceptief niet meer te onderscheiden was van niet-kunst, voelden vele mensen het als het eind van de kunst. Als het alleen of hoofdzakelijk over ideeën en verklaringen ging en niet over esthetica, waarom nog het kunstforum gebruiken. Als de esthetische en cognitieve elementen in oppositie kwamen te staan, betekende dat zij wellicht wederzijds exclusief waren geworden? Aldus was het tijdperk „van het eind van de kunst "aangebroken, wat aanleiding gaf tot vele controversiële discussies.
Artventure: Wat is het concrete gevolg hiervan?
Erik Pevernagie: Het pluralisme heeft de vorige vormen vervangen. Alle artistieke genres, onderwerpen en technieken van het verleden kunnen door de kunstenaar worden gebruikt. Het betekent dat de kunstenaar vrij is. Alles en om het even wat kan in de artistieke wereld worden toegelaten. Een brede en eclectische waaier van kunstpraktijken wordt toegepast in het rijk van de kunst.
Artventure: Als er totale vrijheid is....
Erik Pevernagie: .....is alles mogelijk, om het even welk voorwerp kan een kunstwerk zijn. Maar er moet wel de nadruk op worden gelegd, dat misschien alles kunst KANN zijn maar niet alles kunst IS. Naar mijn mening is het contextueel aspect in kunst zeer belangrijk. De kunst moet een sociale, culturele en historische context hebben. De kunst moet het resultaat zijn van een grondige bezinning over de geest van de tijd ("Zeitgeist"). Van kunst wordt verwacht dat ze transdisciplinair is.
Artventure: Zouden we kunnen zeggen dat de filosofen de kunst hebben gekidnapt?
Erik Pevernagie: Kunst is altijd een interessant onderwerp voor filosofen geweest: Plato, Kant, Hegel, Heidegger, Adorno enz. Sinds een paar decennia hebben Baudrillard en Arthur Danto peper en zout aan de soep toegevoegd. Voor Danto moet je vanuit je ervaring leren, moet je nadenken over wat en hoe je de dingen ervaart. Zo richt je tot filosofie. De kunst is een filosofisch probleem geworden. Het feit dat om het even wat kunst kan zijn, maakt een filosofische bezinning noodzakelijk.
Artventure: Hoe goed doen de kunstcritici hun werk?
Erik Pevernagie: Tegenwoordig is het voor kunstcritici nogal een netelige situatie. Zij voelen zich op glad ijs. Dat is de reden waarom velen zich houden aan het beschrijven in plaats van een oordeel te geven. Nu, het is niet altijd gemakkelijk te weten te komen wat een werk betekent. Hoe dan ook, het werk moet worden geïnterpreteerd en de betekenis ervan moet worden uitgelegd. Vervolgens moet de „body“ (de fysische verwezenlijking van de idee) worden bestudeerd. In hoe ver en hoe goed drukt de plastische uitbeelding de inhoud uit . Hoe goed beeldt het illustratieve deel van het werk het semantische aspect uit. Bovendien moet het duidelijk zijn dat één interpretatie andere interpretaties niet uitsluit. Niet te onderschatten zijn ook de ‚story’ van de kunstenaar, zijn achtergrond, zijn intenties.
|
| |
|
|
|
|
|